Monday, October 7, 2013

Kent u deze nog? (bekende vreemdelingen en hun zaken in het verleden)

Hij was een Amsterdamse kleermaker die terug moest naar Turkije. Wat kwam er van hem terecht? http://nl.wikipedia.org/wiki/Asielzaak_G%C3%BCm%C3%BC%C5%9F




Ze wilde alleen maar hier in Nederland studeren. Is ze nog steeds hier? http://nl.wikipedia.org/wiki/Taida_Pasi%C4%87



In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

Tips van Gerard Spong: bestudeer minstens 3 uur lang uitspraken per week

Mr Spong gaf een masterclass aan strafrechtadvocaten. Bij deze een paar tips die ook in het vreemdelingenrecht van pas komen:

  • Laat je nooit uit het veld slaan door een minachtende rechter. Als de rechter je voortdurend interrumpeert met vragen zeg dan: ontzettend bedankt voor uw zeer interessante vraag, zeer interessant.
  • Maak altijd een goede, heldere pleitnota.
  • Studeer harder. Besteedt elke week tenminste drie uur aan het lezen van de vijf á zeven strafarresten van de Hoge Raad en maak een kaartenbak met aantekeningen. (in ons geval zouden dat dan uitspraken van de Raad van State moeten zijn)
 Voor meer leesplezier lees hier het verslag van de hele masterclass: http://www.nvsa.nl/actueel/80-verslagen-van-lex-van-almelo/158-gerard-spong-in-masterclass-maak-zwartboek

In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

Sunday, October 6, 2013

Deaths of immigrants trying to reach European union, 1993-2012 (gevonden op Twitter)





  3 Oct
Deaths of immigrants trying to reach European union, 1993-2012



In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

Ook een drugshandelaar kan asiel op grond van 1-f worden geweigerd (uitspraak Raad van State)

 ECLI:NL:RVS:2013:1334

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 27-09-2013
Datum publicatie 02-10-2013
Zaaknummer 201202758/1/V2
Rechtsgebieden Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken Hoger beroep

Uitspraak

201202758/1/V2.

(....)

2. In de grieven, in samenhang bezien, klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij zijn standpunt dat vreemdeling 1 ernstige, niet-politieke misdrijven als bedoeld in artikel 1(F), aanhef en onder b, van het Verdrag betreffende de status van Vluchtelingen van Genève van 28 juli 1951, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967 (hierna: het Vluchtelingenverdrag) heeft gepleegd, ondeugdelijk heeft gemotiveerd. Door aldus te overwegen heeft de rechtbank volgens de staatssecretaris niet onderkend dat hij middels het door de minister van Buitenlandse Zaken uitgebrachte individuele ambtsbericht van 16 augustus 2004 (hierna: het ambtsbericht) en de aanvulling erop van 18 februari 2008 (hierna: de aanvulling) zijn besluit voldoende heeft gemotiveerd. Volgens de staatssecretaris heeft de rechtbank daarbij onvoldoende onderkend dat hij de veroordeling van de vreemdeling wegens poging tot moord ook aan zijn besluitvorming ten grondslag heeft gelegd.
2.1. Ingevolge artikel 1(F), aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag, zijn de bepalingen van het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing op een persoon, ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat hij een ernstig, niet-politiek misdrijf heeft begaan buiten het land van toevlucht, voordat hij tot dit land als vluchteling is toegelaten.
Volgens paragraaf C4/3.11.3.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (hierna: de Vc 2000), zoals deze destijds luidde en voor zover thans belang, zijn de aard van de handeling en de omvang van de gevolgen van de handeling factoren die een rol spelen bij het bepalen van de ernst van een misdrijf. Uitgangspunt bij het bepalen of er sprake is van een ernstig misdrijf is dat de internationale bescherming als vluchteling slechts dient te worden onthouden aan personen die deze bescherming evident onwaardig zijn op grond van de door hen gepleegde misdrijven.
Volgens paragraaf C4/3.11.3.3 van de Vc 2000, zoals deze destijds luidde en voor zover thans van belang, moet de staatssecretaris aantonen dat er 'ernstige redenen' zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling onder de criteria van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag valt. De veronderstelling dat artikel 1 (F) van toepassing is, hoeft niet bewezen te worden volgens de in het strafrecht gehanteerde bewijsmaatstaf, maar moet niettemin zorgvuldig worden gemotiveerd. Als er ernstige redenen zijn te veronderstellen dat de vreemdeling zich aan een in artikel 1(F) bedoelde handeling schuldig heeft gemaakt, dient betrokkene, wil hij voorkomen dat op hem artikel 1(F) van toepassing wordt verklaard, een en ander gemotiveerd te weerleggen.
2.2. In het aan het desbetreffende besluit ten grondslag gelegde ambtsbericht is onder meer vermeld dat vreemdeling 1 op 15 juli 1999 met drie medeverdachten bij verstek is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens drugshandel en op 9 december 2003 met zeven medeverdachten bij verstek wegens drugshandel is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf en tot betaling van een boete van 25 miljoen Libanese ponden. Verder vermeldt het ambtsbericht onder meer dat hij op 18 september 2002 is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor poging tot moord en wederspannigheid en op 21 maart 2002 tot een jaar gevangenisstraf en een boete van 100.000 Libanese ponden voor vuurwapenbezit en wederspannigheid. Voorts maakt het ambtsbericht melding van vijf arrestatiebevelen en twee militaire arrestatiebevelen tegen vreemdeling 1. Uit het ambtsbericht volgt ook dat vreemdeling 1 en zijn familie in de regio algemeen bekend staan vanwege hun leidende rol in de drugshandel. In het ambtsbericht is in dit verband vermeld dat de vader van vreemdeling 1 clanoudste van de Jaafar-clan is geweest en bekend stond als één van de grootste drugshandelaren in het gebied en dat in de conflicten tussen de clans het beheersen van de drugshandel een overheersend belang is. In het ambtsbericht en de aanvulling is daarnaast vermeld dat er getuigen zouden zijn die vreemdeling 1 een moordaanslag hebben zien plegen op drie familieleden van de rivaliserende Zeaiter-clan en dat de Jaafar-clan zou hebben getracht de reeks van wraaknemingen te beëindigen door publiekelijk de naam van vreemdeling 1 te noemen als schuldige van de aanslag.
2.3. De rechtbank heeft onbestreden overwogen dat de door vreemdeling 1 aangevoerde gronden geen concrete aanknopingspunten vormen voor twijfel aan de zorgvuldige totstandkoming en aan de juistheid en volledigheid van het ambtsbericht en de aanvulling.
2.4. De staatssecretaris heeft bij de beoordeling of de drugsdelicten, waarvoor de vreemdeling blijkens het ambtsbericht is veroordeeld, voldoende ernstig zijn als bedoeld in artikel 1(F), aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag terecht mede van belang geacht dat deze delicten verspreid over een langere tijd zijn gepleegd, zodat ook sprake is van recidiverend gedrag. Voorts heeft de staatssecretaris terecht mede van belang geacht dat, zoals hij vermeldt in de brief van 10 november 2011, de omvang van de gevolgen van handel in verdovende middelen voor overheid en burgers groot is en dat drugshandel niet alleen in Nederland maar ook internationaal wordt aangemerkt als een ernstig misdrijf. De staatssecretaris heeft in dit verband terecht verwezen naar het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen van 20 december 1988, waaruit volgt dat handel in verdovende middelen internationaal wordt gezien als een bedreiging van de samenleving.
Gelet op het voorgaande heeft de staatssecretaris zich met gebruikmaking van hetgeen in het aan het besluit ten grondslag gelegde ambtsbericht en de aanvulling is vermeld, waaronder de veroordeling wegens poging tot moord, terecht op het standpunt gesteld dat er ernstige redenen bestaan om te veronderstellen dat vreemdeling 1 misdrijven als bedoeld in artikel 1(F) heeft begaan, zodat de staatssecretaris heeft voldaan aan zijn motiveringsplicht. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte overwogen dat de staatssecretaris het desbetreffende besluit ondeugdelijk heeft gemotiveerd.
Reeds hierom slagen de grieven.

De hele uitspraak staat hier: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2013:1334




In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

De Raad van State legt (nogmaals) uit wat nou terughoudend toetsen van geloofswaardigheid asielrelaas door de rechter is. En dat is niet proceduretoetsen wat belangenorganisaties van vreemdelingen er in de media van maken (Uitspraak Raad van State)

ECLI:NL:RVS:2013:1379

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 27-09-2013
Datum publicatie 02-10-2013
Zaaknummer 201208530/1/V3
Rechtsgebieden Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken Hoger beroep

Uitspraak

(...) 2. In de enige grief klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat het asielrelaas van de vreemdelingen positieve overtuigingskracht mist. Door zijn eigen oordeel in de plaats te stellen van het zijne, heeft de rechtbank blijk gegeven van een onjuiste wijze van toetsing van het besluit, aldus de staatssecretaris.
2.1. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (onder meer de uitspraak van 12 maart 2013 in zaak nr. 201205535/1/V4) gaat het bij de beoordeling van het asielrelaas meestal niet om de vraag of en in hoeverre de vreemdeling heeft bewezen dat het in zijn asielrelaas gestelde daadwerkelijk is voorgevallen. Een asielzoeker is immers veelal niet in staat en van hem kan ook redelijkerwijs niet worden gevergd zijn asielrelaas overtuigend met bewijs te staven. Om hem in zijn bewijspositie tegemoet te komen en toch een adequate beoordeling van zijn aanvraag in het licht van de toepasselijke wettelijke voorschriften te kunnen verrichten, geldt ingevolge artikel 31, eerste en tweede lid, van de Vw 2000 in verbinding gelezen met artikel 3.35, derde lid, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 en het ter uitvoering daarvan vastgestelde beleid dat de verklaringen van een asielzoeker in beginsel geloofwaardig worden geacht. Is echter sprake van een omstandigheid genoemd in voornoemd artikel 31, tweede lid, dan zal aan die voorwaarden niet zijn voldaan en zal, gelet op bedoeld beleid, van de verklaringen van de asielzoeker positieve overtuigingskracht moeten uitgaan om het asielrelaas geloofwaardig te achten.
2.2. Eveneens volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (onder meer de uitspraak van 18 februari 2011 in zaak nr. 201002537/1/V2), behoort de beoordeling van de geloofwaardigheid van het door een asielzoeker in zijn asielrelaas gestelde, tot de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris en kan de bestuursrechter die beoordeling slechts terughoudend toetsen. De maatstaf bij die te verrichten toetsing is niet het eigen oordeel van de bestuursrechter over de geloofwaardigheid van het asielrelaas, maar of grond bestaat voor het oordeel dat de staatssecretaris, gelet op de motivering in het voornemen en het besluit, bezien in het licht van de verslagen van de gehouden gehoren, de daarop aangebrachte correcties en aanvullingen en het gestelde in de zienswijze, zich niet in redelijkheid op het door hem ingenomen standpunt kan stellen.
2.3. De staatssecretaris heeft in de besluiten van 15 juli 2011 en de daarin ingelaste voornemens geoordeeld dat de vreemdelingen over een schietincident bij hun huis in 2004 vage en summiere verklaringen hebben afgelegd, onder meer omdat zij niet hebben aangegeven wie de daders van de aanslag waren en namens wie zij handelden. Verder hebben zij als reden voor de aanslag gegeven dat de vader van het gezin soenniet is en dat er geen andere reden kan zijn, hetgeen onvoldoende is om de vreemdelingen te volgen in hun verklaringen dat er in 2004 een aanslag is gepleegd, aldus de staatssecretaris.
De rechtbank heeft dienaangaande overwogen dat uit de ambtsberichten over Irak vanaf 2004 blijkt dat er veel willekeurig geweld is tegen burgers en verschillende bevolkingsgroepen, onder wie soennieten en sjiieten, in een onderlinge strijd zijn verwikkeld. Dat de vreemdelingen onder deze omstandigheden niet exact hebben kunnen aangeven wie het op hen als gemengd soennietisch/sjiietisch gezin gemunt zou hebben, kan niet verwonderlijk worden geacht en is derhalve geen voldoende draagkrachtig argument om hun verklaringen vaag en summier te achten, aldus de rechtbank.
2.4. Tevens heeft de staatssecretaris in de besluiten van 15 juli 2011 en de daarin ingelaste voornemens geoordeeld dat de omstandigheid dat de vreemdelingen een door de Koninklijke marechaussee vals bevonden overlijdensakte hebben overgelegd, afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van het relaas.
De rechtbank heeft dienaangaande overwogen dat uit de ambtsberichten over Irak vanaf 2004 blijkt dat de instelling die verantwoordelijk is voor de registratie van overlijden in beperkte mate functioneert, alsook dat het voorkomt dat als gevolg van corruptie binnen de overheid documenten onrechtmatig worden afgegeven door overheidsinstellingen. In dat licht bezien is de verklaring van één van de vreemdelingen dat hij, om zijn broer te kunnen begraven, genoegen nam met een door een arts in het ziekenhuis afgegeven overlijdensverklaring wellicht begrijpelijk en passend in de situatie en is het feit dat deze verklaring niet overeenstemt met intern bekende informatie geen afdoende motivering voor het standpunt dat het relaas ongeloofwaardig is.
2.5. Tenslotte heeft de staatssecretaris in de besluiten van 15 juli 2011 en de daarin ingelaste voornemens geoordeeld dat de verklaringen van de vreemdelingen over de gebeurtenissen na het schietincident bij hun huis in 2004 onderling tegenstrijdig zijn. Zo verschillen de verklaringen over de vraag wie van de familie de politie heeft ingelicht, of de politie na het schietincident op de plaats van het delict is geweest en wanneer het slachtoffer is overleden.
De rechtbank heeft dienaangaande overwogen dat de vraagstelling aan de vreemdelingen over wie er naar de politie is gegaan en of de politie is gekomen niet sluitend is en dat de staatssecretaris onder die omstandigheden niet in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat de verklaringen onderling tegenstrijdig zijn. De kern van alle verklaringen is volgens de rechtbank dat de politie niets heeft ondernomen om de zaak te onderzoeken. In die zin zijn alle verklaringen van gelijke strekking. Volgens de rechtbank past de verklaring dat de politie geen bescherming kon bieden tegen dit geweld, goed in hetgeen daarover vanaf 2004 in de ambtsberichten over Irak is verhaald. De rechtbank heeft voorts overwogen dat de verklaringen over het moment van overlijden van het slachtoffer evenmin per se tegenstrijdig zijn, nu hierover geen concrete vraag is gesteld. Het kan ook zo zijn dat een van de vreemdelingen het slachtoffer voor dood heeft gehouden, terwijl de constatering van overlijden bijvoorbeeld pas later heeft plaatsgevonden of dat het tijdstip van overlijden niet exact is vastgesteld, aldus de rechtbank.
2.6. Door zich niet te beperken tot de toets of de door de staatssecretaris gegeven motivering diens standpunt kan dragen, maar de gegeven motivering ondeugdelijk te achten omdat naar haar oordeel de door de vreemdelingen afgelegde verklaringen ook op andere wijze hadden kunnen worden beoordeeld, en door te oordelen dat de door de vreemdelingen afgelegde verklaringen in lijn zouden zijn met hetgeen uit openbare bronnen bekend is en dat hetgeen de vreemdelingen hebben verklaard niet tegenstrijdig zou zijn, en daarbij argumenten te betrekken die niet door de vreemdelingen zelf in beroep zijn aangevoerd over de wijze van vraagstelling tijdens de gehoren, de verkrijging van documenten door corruptie en over de mate van geweld tussen bevolkingsgroepen, heeft de rechtbank haar eigen oordeel over de geloofwaardigheid van het asielrelaas in de plaats gesteld van dat van de staatssecretaris en in zoverre de toetsing niet met de vereiste terughoudendheid verricht. Gelet op het hiervoor in 2.1. en 2.2. weergegeven toetsingskader, biedt hetgeen de vreemdelingen in beroep hebben aangevoerd geen grond voor het oordeel dat de staatsecretaris zich met de aan het besluit ten grondslag gelegde motivering niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat hun relaas tegenstrijdigheden en vaagheden bevat, positieve overtuigingskracht mist en daarom ongeloofwaardig is.
De grief slaagt.
Vindplaats uitspraak:  http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2013:1379

Het lijkt er op dat hier de rechtbank te overijverig is geweest met het nazoeken van achtergrondmateriaal en bewijs uit openbare bronnen over het door eisers gestelde en een advocaat die dat niet had gedaan. Als de vreemdeling met allerlei argumenten komt die de motivering van het besluit door de IND laten rammelen zal een rechter ook die stukken lezen en oordelen dat de IND niet tot dat oordeel had kunnen komen. Dan wordt het beroep gegrond verklaard omdat er motiveringsgebreken zijn. Vroeger voor de Vreemdelingenwet 2000 gingen rechters te werk zoals hierboven beschreven. Als IND-er kon je daar op zitting door worden overvallen en advocaten konden slapend rijk worden want als zij niets deden dan deed een goed rechter het wel. Nu is het zaak dat de rechtsbijstand in de vorm van advocaten en Vluchtelingenwerk dit soort bewijzen uit openbare bronnen als hierboven genoemd zo vroeg mogelijk in de procedure inbrengen.

Als u op de link klikt en de volledige uitspraak leest zult u zien dat de Raad van State de zaak zelf afdoet en zeer uitvoerig toetst of er gevaar zou dreigen als deze mensen terug naar Centraal-Irak zouden moeten.

U begrijpt die voorgestelde wetswijziging over volledig toetsen door de bestuursrechter vind ik niet nodig. De rechter toetst alles wat de partijen hebben ingebracht in de procedure voor het besluit in die zin dat er wordt gekeken of als je alles doorleest de IND tot die conclusie had mogen komen.





In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

Volgens mij heeft de rechter besloten dat Wime zijn bezwaar in Nederland mag afwachten. Maar had de IND dat al toegezegd. Was daar dan nog wel sprake van een geschil? (Uitspraak)

Lees hier de uitspraak die volgens mij over Wime gaat: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2013:7274

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 02-10-2013
Datum publicatie 02-10-2013
Zaaknummer AWB 13 / 23507
Rechtsgebieden Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe en bepaalt dat uitzetting van verzoeker achterwege blijft totdat op het ingediende bezwaarschrift is beslist.
 
 Uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 oktober 2013 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] verzoeker

(gemachtigde: mr. L.L.C. Habets)
en

de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Bril)

Procesverloop

 
Bij besluit van 7 augustus 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder
verzoekers aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, met als doel ‘overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen’, afgewezen. Bij dit besluit heeft verweerder tevens bepaald dat verzoeker Nederland onmiddellijk moet verlaten. Ook heeft verweerder een inreisverbod tegen verzoeker uitgevaardigd voor de duur van twee jaren.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer AWB 13/23507.
Bij fax van 17 september 2013 heeft verweerder verzoeker bericht dat hij op 4 oktober 2013 zal worden uitgezet naar Luanda (Angola). Verzoeker heeft bezwaar aangetekend tegen de met een besluit gelijk te stellen feitelijke uitzetting en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer
AWB 13/24249.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 september 2013. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Ter zitting zijn de gronden uit het verzoek met zaaknummer AWB 13/24249 overgeheveld naar het verzoek met zaaknummer AWB 13/23507. Het verzoek met zaaknummer
AWB 13/24249 heeft verzoeker daarop ter zitting ingetrokken.
Conform verweerders verzoek bij faxbericht van 2 oktober 2013, heeft de voorzieningenrechter het onderzoek heropend. Verweerder heeft aangegeven zich niet langer te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening.
Verzoekers gemachtigde, die in de gelegenheid is gesteld op verweerders voornoemd faxbericht te reageren, heeft kenbaar gemaakt met de door verweerder voorgestelde gang van zaken in te kunnen stemmen. De voorzieningenrechter heeft daarop het onderzoek gesloten en de uitspraak bepaald op heden.

Overwegingen

1.Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb – voor zover hier van belang – kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2.Zoals blijkt uit voornoemde fax heeft verweerder gelet op recente ontwikkelingen rond verzoeker aanleiding gezien de vreemdelingenbewaring van verzoeker op te heffen en de uitzetting, welke was voorzien op vrijdag 4 oktober 2013, te annuleren. Verder is in voornoemd faxbericht vermeld dat verzoeker in ieder geval gedurende de bezwaarfase niet zal worden uitgezet.
3.Uit deze mededeling van verweerder volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat verweerder thans kennelijk geen groot belang meer hecht aan de uitzetting van verzoeker, terwijl het belang van verzoeker om de behandeling van zijn bezwaar in Nederland te mogen afwachten evident is. Deze belangenafweging leidt naar het oordeel van de voorzieningenrechter tot de conclusie dat het onderhavige verzoek, dat strekt tot het voorkomen van uitzetting tijdens de bezwaarprocedure, reeds hierom dient te worden toegewezen.
4.Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht vergoedt.
5.De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 944,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 472,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe en bepaalt dat uitzetting van
verzoeker achterwege blijft totdat op het ingediende bezwaarschrift is beslist;
- veroordeelt verweerder in de kosten van de onderhavige procedure, aan de zijde van
verzoeker begroot op € 944,00 (wegens kosten van rechtsbijstand), te betalen aan verzoeker;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 160,- aan verzoeker te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A.M.M. Gijselaers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.M.J. Clermonts, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2013.
 
Nou vraag ik me alleen 1 ding af. Wat is hier nog in het geschil? De IND heeft toegezegd dat hij het bezwaar in Nederland mag afwachten. Is er toen geen proceskostenvergoeding aangeboden? Had de rechtbank niet het verzoek niet-ontvankelijk dienen te verklaren omdat er geen procesbelang meer was? Hoe ziet u dat?

Oh en wat zijn "recente ontwikkelingen rond verzoeker"? Het enorme gelobby in het parlement? De verhalen dat zijn begeleider fouten heeft gemaakt in het verleden?


In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

Conferentie: Annual Conference on EU Asylum Law 2013

Trier, 28 October 2013 – 29 October 2013
Language:
English
Event number:
413R19

Areas of law:
Asylum & Immigration Law, Human Rights Law, Judicial Remedies
Contents
The Stockholm Programme and the “EU agenda for better responsibility-sharing and more mutual trust” both aim to create common rules in the area of asylum law so as to increase mutual trust between Member States. After landmark judgments such as MSS v Belgium and Greece in the Strasbourg court and NS and ME in the Luxembourg court, the foundations of the Common European Asylum System (CEAS) appeared to be shaken. The recently agreed legislative reform of the CEAS is a chance to repair damage to mutual trust and solidarity and improve EU-wide asylum policies. This conference will focus on the new legislative rules and will assess whether the second phase CEAS can achieve the objective of ensuring common standards in all Member States, based on a high level of protection.

Key topics

The legislative reform package for the Common European Asylum System
The proposed Early-Warning System
Fundamental rights considerations
Update on further recent EU legislation
Relevant case law of the European courts in Luxembourg and Strasbourg in the area of EU asylum law


Who should attend?
Staff of responsible government bodies and national asylum authorities, asylum lawyers and judges in national courts, NGOs.

https://www.era.int/cgi-bin/cms?_SID=e9cb98f38954d999dc9eeb8c16783a0d5b0ad68200263191345154&_sprache=en&_bereich=artikel&_aktion=detail&idartikel=123915

In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.