Showing posts with label EU-onderdaan. Show all posts
Showing posts with label EU-onderdaan. Show all posts

Tuesday, November 5, 2013

Opstelten bekijkt 'treinkaartje Berlijn' (de methode waarmee Poolse veelpleger werd teruggestuurd naar Polen)

Agenten in Almelo gaven een 23-jarige Poolse veelpleger na zijn zoveelste inbraak een treinkaartje en zetten hem op de trein. De man had in een half jaar 66 inbraken gepleegd en had al eerder aangegeven dat hij graag terug wilde naar Polen, maar daar het geld niet voor had.

Lees het hele verhaal hier inde Telegraaf: http://www.telegraaf.nl/binnenland/22029010/___Enkeltje_Polen_niet_de_juiste_weg___.html?utm_source=t.co&utm_medium=referral&utm_campaign=twitter-onder

Het uitzetten van criminele EU onderdanen is moeilijk. Er moet een duidelijk voortdurend gevaar voor de openbare orde zijn. Dat is hier denk ik wel hard te maken. Moet je dan iemand in vreemdelingenbewaring zetten wat klauwen met geld kost of die persoon maar gewoon een treinkaartje geven als hij heeft aangegeven terug te willen? Echter lang geleden is de Rozendaal methode voor uitgeprocedeerde asielzoekers afgewezen en wellicht wil Duitsland niet met criminele Polen worden opgescheept. Dus wellicht had Easyjet naar Polen en goedkoper en beter geweest.




In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

Friday, June 14, 2013

UItspraak Rechtbank: Verweerder heeft eiseres terecht niet aangemerkt als economisch actief dan wel niet-actief gemeenschapsonderdaan.

LJN: CA3246, Rechtbank Den Haag , AWB 13 / 716
Datum uitspraak: 11-06-2013
Datum publicatie: 14-06-2013
Rechtsgebied: Vreemdelingen
Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie: Verweerder heeft eiseres terecht niet aangemerkt als economisch actief dan wel niet-actief gemeenschapsonderdaan.
Vindplaats(en): Rechtspraak.nl

1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan.

Eiseres is geboren op 9 augustus 1984 en heeft de Bulgaarse nationaliteit. Zij is op onbekende datum Nederland binnengekomen. Op 10 oktober 2011 is eiseres in het huwelijk getreden met [echtgenoot] (echtgenoot). De echtgenoot is geboren op 30 januari 1979 en heeft de Turkse nationaliteit.

Op 28 februari 2012 heeft eiseres de aanvraag toetsing aan het EU-recht (bewijs van rechtmatig verblijf) ingediend, waarbij zij als doel van haar verblijf arbeid als zelfstandige heeft aangekruist. Bij haar aanvraag heeft zij een uittreksel uit het handelsregister Kamer van Koophandel overgelegd waarin staat dat zij met ingang van 2 februari 2012 vennoot is van de vennootschap onder firma [naam A], handelend onder de naam [naam B]. De echtgenoot is blijkens dit uittreksel sinds 16 december 2010 vennoot van diezelfde vennootschap. Verder heeft zij jaarrapporten over 2010 en 2011 overgelegd. In bezwaar heeft eiseres grootboekmutatiekaarten over de periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 overgelegd.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de weigering om eiseres het gevraagde document te verstrekken gehandhaafd. Daartoe heeft verweerder uiteengezet dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij reële en daadwerkelijke arbeid verricht. Om die reden kan zij volgens verweerder niet worden aangemerkt als economisch actief gemeenschapsonderdaan. Verder heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiseres niet als economisch niet-actief gemeenschapsonderdaan kan worden aangemerkt, omdat de middelen die de echtgenoot wellicht door het verrichten van arbeid verwerft niet kunnen worden betrokken bij de aanvraag. Volgens verweerder is niet gebleken dat deze gestelde inkomsten legaal verworven zijn, omdat de echtgenoot geen rechtmatig verblijf heeft.

3. Gelet op artikel 6:20 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit mede betrekking op het alsnog genomen bestreden besluit.

4. De rechtbank verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van het besluit, niet-ontvankelijk, omdat eiser ter zitting desgevraagd heeft verklaard geen belang meer te hebben bij een inhoudelijke beoordeling van dat beroep.

5. Over het beroep gericht tegen het bestreden besluit overweegt de rechtbank als volgt.

6. Eiseres heeft aangevoerd dat de door verweerder gestelde voorwaarden niet op haar van toepassing zijn. Volgens eiseres zou het enkel overleggen van een geldig paspoort of ten hoogste een inschrijving in het handelsregister Kamer van Koophandel voldoende zijn om het gevraagde document te verkrijgen. Deze beroepsgrond faalt. Bij een verblijf langer dan drie maanden, zoals door eiseres beoogd, gelden de voorwaarden zoals gesteld in artikel 8.12, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000).

7. Eiseres heeft voorts aangevoerd dat verweerder haar ten onrechte niet als economisch actief gemeenschapsonderdaan (EU-burger) heeft aangemerkt. Deze beroepsgrond faalt evenzeer. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder op basis van de door eiseres overgelegde documenten terecht geconcludeerd dat eiseres niet als economisch actief gemeenschapsonderdaan (EU-burger) kan worden aangemerkt, omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij werknemer of zelfstandige is (artikel 8.12, eerste lid onder a, van het Vb 2000). In navolging van verweerder is de rechtbank van oordeel dat de overgelegde jaaropgaven niet kunnen dienen als onderbouwing van het verrichten van reële en daadwerkelijke arbeid door eiseres, omdat deze jaaropgaven zien op perioden voordat eiseres is toegetreden tot de vennootschap. Voorts vermelden de grootboekmutatiekaarten enkel privé-onttrekkingen van eiseres over de maanden januari, februari en maart 2012 ter hoogte van een bedrag van € 750,- en eiseres’ winstaandeel. Daaruit blijkt niet dat eiseres reële en daadwerkelijke arbeid (heeft) verricht. Omdat eiseres zowel bij het indienen van haar aanvraag, als in de bezwaarfase gelegenheid heeft gehad bewijsstukken te overleggen en al op het aanvraagformulier vermeld stond wat eiseres ter onderbouwing diende te overleggen, bestaat geen grond voor het oordeel dat sprake is van een onzorgvuldige besluitvorming.

8. Eiseres heeft voorts aangevoerd dat verweerder haar ten onrechte niet als economisch niet-actief gemeenschapsonderdaan (EU-burger) heeft aangemerkt. Ook deze beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres niet kan worden aangemerkt als economisch niet-actief gemeenschapsonderdaan (EU-burger), omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij voor zichzelf en haar familieleden over voldoende middelen van bestaan beschikt (artikel 8.12, eerste lid onder b, van het Vb 2000). Aangezien eiseres niet heeft aangetoond dat haar echtgenoot in het bezit is van een verblijfsvergunning op grond waarvan het hem is toegestaan in Nederland als zelfstandige arbeid te verrichten en zij ook niet heeft aangetoond dat hij anderszins rechtmatig in Nederland verblijft, heeft verweerder zijn inkomsten terecht niet in aanmerking genomen bij de beoordeling of eiseres beschikt over voldoende middelen van bestaan. Tevens is niet komen vast te staan dat eiseres zelf over voldoende bestaansmiddelen beschikt.

9. Het beroep van eiseres op artikel 14 van de richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG, faalt omdat het in de voorliggende zaak gaat om het al dan niet verkrijgen van rechtmatig verblijf en niet om het behouden daarvan.

10. Tot slot faalt de beroepsgrond van eiseres inzake schending van de hoorplicht in de bezwaarfase. Van de in artikel 7:2 van de Awb vervatte algemene hoorplicht kan worden afgezien indien, naar objectieve maatstaven bezien, op voorhand redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is dat de bezwaren niet kunnen leiden tot een andersluidend besluit. Naar het oordeel van de rechtbank is hieraan voldaan.

11. Het beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond.

12. De rechtbank acht termen aanwezig verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten, gelet op het feit dat eiseres terecht beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op € 118,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het beroepschrift niet tijdig beslissen, waarde per punt € 472,00; wegingsfactor 0,25).

13. Voor vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank
- verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten vastgesteld op

Te vinden op www.rechtspraak.nl



-------------------------- Law Blogs
Law blog
Klik op +1 als u dit een interessant artikel vindt en Google zal het dan beter zichtbaar maken in de zoekresultaten.



Bookmark and Share
In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

Friday, May 31, 2013

Uitzetten van criminele EU-onderdaan (uitspraak)

LJN: CA1559, Rechtbank 's-Gravenhage , zittingsplaats Haarlem , AWB 12/19811
Datum uitspraak: 15-02-2013
Datum publicatie: 30-05-2013
Rechtsgebied: Vreemdelingen
Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie: Verblijfsbëeindiging EU onderdaan en ongewenstverklaring, geen ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving Zoals uit het hierboven weergegeven overzicht blijkt, is eiser acht keer onherroepelijk veroordeeld voor strafbare feiten. Deze feiten zijn gepleegd in de periode van augustus 2009 tot augustus 2011. Het laatste strafbare feit dateert derhalve van ruim een jaar voor de behandeling van het beroep ter zitting. Hoewel verweerder er terecht op heeft gewezen dat eiser veelvuldig misdrijven heeft gepleegd, heeft verweerder, gezien de aard van deze misdrijven en de ter zake door de strafrechter opgelegde straffen, onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat daarmee sprake is van een ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de Nederlandse samenleving. Verweerder geeft in het bestreden besluit aan dat de opgelegde onvoorwaardelijke straf, afgezet tegen de maximale straf, een indicatie is voor de ernst van de bedreiging. Indien die maatstaf in dit geval wordt aangelegd, leidt dat niet zonder meer tot de conclusie dat sprake is van een ernstige bedreiging. Van belang is dat het hier voornamelijk gaat om winkeldiefstallen en de politierechter in de aard en ook de frequentie van de door eiser gepleegde misdrijven kennelijk geen aanleiding heeft gezien een hogere straf op te leggen dan vier weken gevangenisstraf. Overigens is evenmin gebleken dat het Openbaar Ministerie aanleiding heeft gezien om jegens eiser een straf te vorderen overeenkomstig de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers (waaronder vordering van de maatregel ISD bij stelselmatige daders; Staatscourant 2009, nr. 10579), waarin het strafvorderingsbeleid bij stelselmatige daders en overige veelplegers is geregeld. Verwezen wordt naar de uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 21 maart 2011 (LJN: BP8895). Daarbij in aanmerking genomen dat verblijfsbeëindiging een vergaande inbreuk op een fundamenteel recht betekent, dat diep ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer, en waarmee terughoudend dient te worden omgegaan, is de rechtbank van oordeel dat het besluit reeds hierom niet deugdelijk is gemotiveerd. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het besluit tot beëindiging van het verblijf van eiser op een ontoereikende motivering berust.
Vindplaats(en): Rechtspraak.nl



-------------------

3.1 Ingevolge artikel 27, eerste lid, van de richtlijn kunnen de lidstaten de vrijheid van verkeer en verblijf van burgers van de Unie en hun familieleden, ongeacht hun nationaliteit, beperken om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid. Deze redenen mogen niet voor economische doeleinden worden aangevoerd.

3.2 Ingevolge het tweede lid van artikel 27 van de richtlijn, voor zover van belang, moeten de om redenen van openbare orde genomen maatregelen in overeenstemming zijn met het evenredigheidsbeginsel en mogen die uitsluitend gebaseerd zijn op het gedrag van betrokkene. Strafrechtelijke veroordelingen vormen als zodanig geen reden voor deze maatregelen. Het gedrag moet een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormen. Motiveringen die los staan van het individuele geval of die verband houden met algemene preventieve redenen mogen niet worden gevoerd.

3.3 Ingevolge artikel 28, eerste lid, van de richtlijn neemt een gastland, alvorens een besluit tot verwijdering van het grondgebied om redenen van openbare orde of openbare veiligheid te nemen, de duur van het verblijf van de betrokkene op zijn grondgebied, diens leeftijd, gezondheidstoestand, gezins- en economische situatie, sociale en culturele integratie in het gastland en de mate waarin hij bindingen heeft met zijn land van oorsprong, in overweging.

3.4 Ingevolge artikel 67, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, voor zover hier van belang, kan een vreemdeling ongewenst worden verklaard indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd.

3.5 Het door verweerder gevoerde beleid ter zake van ongewenstverklaring van EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden is neergelegd in hoofdstuk A5/6 Vc.
In paragraaf A5/10.6.2 Vc (voorheen A5/6.2) is, voor zover hier van belang, het volgende neergelegd.
Er dient sprake te zijn van een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving door uitsluitend de persoonlijke gedragingen van de EU-/EER-onderdaan, de Zwitserse onderdaan en zijn familielid als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vb (zie artikel 8.22, eerste lid, sub a, Vb). De om redenen van openbare orde of openbare veiligheid genomen maatregelen moeten in overeenstemming zijn met het evenredigheidsbeginsel en uitsluitend gebaseerd zijn op het gedrag van de vreemdeling. Strafrechtelijke veroordelingen vormen als zodanig geen reden voor deze maatregelen. Motiveringen die los staan van het individuele geval of die verband houden met algemene preventieve redenen mogen niet worden aangevoerd (zie artikel 27, tweede lid, Richtlijn 2004/38).
Het duurzame verblijfsrecht kan met toepassing van artikel 8.18, onder b, Vb worden beëindigd, indien ernstige redenen van openbare orde of openbare veiligheid daartoe nopen. In dat geval kan ook tot ongewenstverklaring worden overgegaan met toepassing van artikel 8.22, eerste lid, Vb.

3.6 Uitgangspunt bij de beoordeling of verweerder in het geval van eiser tot verblijfsbeëindiging heeft kunnen overgaan is dat ingevolge de jurisprudentie de exceptie van openbare orde een afwijking van het fundamentele beginsel van het vrije verkeer van personen vormt, die strikt moet worden opgevat en waarvan de draagwijdte door de lidstaten niet eenzijdig kan worden bepaald. Volgens vaste rechtspraak veronderstelt het beroep van een nationale instantie op het begrip openbare orde, afgezien van de verstoring van de maatschappelijke orde die bij elke wetsovertreding plaatsvindt, het bestaan van een werkelijke en voldoende ernstige bedreiging die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. Het bestaan van een veelvoud van strafrechtelijke veroordelingen op zichzelf doet niet ter zake (zie het arrest van het Europese Hof van Justitie van 4 oktober 2007 inzake Polat, LJN: BC0057). Zoals ook naar voren komt in de mededeling van de commissie aan het Europees Parlement en de Raad betreffende richtsnoeren voor een betere omzetting en toepassing van Richtlijn 2004/38, 2 juli 2009, COM (2009) 313, kunnen onder bepaalde omstandigheden veelvuldig gepleegde lichte feiten een bedreiging vormen voor de openbare orde, niettegenstaande het feit dat elk strafbaar feit op zich geen voldoende ernstige bedreiging vormt voor die openbare orde.

3.7 In de voornoemde richtsnoeren heeft de commissie in paragraaf 3.2 het volgende opgenomen. De autoriteiten moeten hun besluit op een inschatting van het toekomstige gedrag van de betrokkene baseren. Bij deze beoordeling dient bijzonder belang te worden gehecht aan het aantal reeds uitgesproken veroordeling en hun aard, waarbij met name het aantal gepleegde strafbare feiten en de ernst ervan in aanmerking moeten worden genomen. Voorts is het recidivegevaar van doorslaggevend belang, waarbij de vage mogelijkheid van recidive niet volstaat.

3.8 Zoals uit het hierboven weergegeven overzicht blijkt, is eiser acht keer onherroepelijk veroordeeld voor strafbare feiten. Deze feiten zijn gepleegd in de periode van augustus 2009 tot augustus 2011. Het laatste strafbare feit dateert derhalve van ruim een jaar voor de behandeling van het beroep ter zitting. Hoewel verweerder er terecht op heeft gewezen dat eiser veelvuldig misdrijven heeft gepleegd, heeft verweerder, gezien de aard van deze misdrijven en de ter zake door de strafrechter opgelegde straffen, onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat daarmee sprake is van een ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de Nederlandse samenleving. Verweerder geeft in het bestreden besluit aan dat de opgelegde onvoorwaardelijke straf, afgezet tegen de maximale straf, een indicatie is voor de ernst van de bedreiging. Indien die maatstaf in dit geval wordt aangelegd, leidt dat niet zonder meer tot de conclusie dat sprake is van een ernstige bedreiging. Van belang is dat het hier voornamelijk gaat om winkeldiefstallen en de politierechter in de aard en ook de frequentie van de door eiser gepleegde misdrijven kennelijk geen aanleiding heeft gezien een hogere straf op te leggen dan vier weken gevangenisstraf. Overigens is evenmin gebleken dat het Openbaar Ministerie aanleiding heeft gezien om jegens eiser een straf te vorderen overeenkomstig de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers (waaronder vordering van de maatregel ISD bij stelselmatige daders; Staatscourant 2009, nr. 10579), waarin het strafvorderingsbeleid bij stelselmatige daders en overige veelplegers is geregeld. Verwezen wordt naar de uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 21 maart 2011 (LJN: BP8895). Daarbij in aanmerking genomen dat verblijfsbeëindiging een vergaande inbreuk op een fundamenteel recht betekent, dat diep ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer, en waarmee terughoudend dient te worden omgegaan, is de rechtbank van oordeel dat het besluit reeds hierom niet deugdelijk is gemotiveerd.

3.9 Maar ook om andere reden is het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd. Uit paragraaf 3.2 van de hierboven genoemde richtsnoeren voor een betere omzetting en toepassing van de Richtlijn 2004/38 volgt dat een lidstaat bij de inschatting van het toekomstige gedrag van de betrokkene het aantal gepleegde strafbare feiten, de aard van de strafbare feiten en de veroorzaakte schade dient te betrekken. Gelet op het bestreden besluit heeft verweerder bij zijn beoordeling het aantal door eiser gepleegde strafbare feiten alsmede de aard van die feiten, te weten in nagenoeg alle gevallen winkeldiefstal, betrokken. Verweerder heeft evenwel bij de beoordeling van de veroorzaakte schade niet alleen aan het nadeel voor de betreffende winkeliers betekenis toegekend, maar ook aan de gevolgen voor de politie, de rechtbank en het huis van bewaring alsmede aan de invloed op het algemene veiligheidsgevoel van de maatschappij. Het betrekken van deze laatstgenoemde elementen bij de beoordeling van de schade hebben betrekking op verstoring van de maatschappelijke orde die bij elke wetsovertreding plaatsvindt. Gelet op de jurisprudentie van het Hof, onder meer in het hiervoor aangehaalde arrest Polat, kunnen die elementen niet worden betrokken bij de beoordeling of een werkelijke en voldoende ernstige bedreiging, die een fundamenteel belang van de samenleving aantast, bestaat.

3.10 Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het besluit tot beëindiging van het verblijf van eiser op een ontoereikende motivering berust.

3.11 Uit het bestreden besluit blijkt dat de motivering van het besluit tot verblijfsbeëindiging als burger van de Unie tevens ten grondslag is gelegd aan het besluit tot ongewenstverklaring. Daarom kleven de geconstateerde motiveringsgebreken ook aan dit laatste besluit.

4. Het beroep zal gegrond worden verklaard en het bestreden besluit zal worden vernietigd. Nu het bestreden besluit een bezwarend besluit betreft, ziet de rechtbank geen aanleiding de mogelijkheden tot finale geschillenbeslechting te onderzoeken.




-------------------------- Law Blogs
Law blog
Klik op +1 als u dit een interessant artikel vindt en Google zal het dan beter zichtbaar maken in de zoekresultaten.



Bookmark and Share
In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.