Showing posts with label 8 EVRM. Show all posts
Showing posts with label 8 EVRM. Show all posts

Thursday, January 2, 2014

Nota van Toelichting wijziging Vb 1/1/14 (deel 5)

5. Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

Onderdeel A (artikel 3.1)
Sinds de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 4 oktober 2011 (LJN: BT7118) is het vaste jurisprudentie dat een asielzoeker rechtmatig verblijf heeft vanaf het moment waarop hij in persoon ten overstaan van de autoriteiten de wens kenbaar maakt hem internationale bescherming te verlenen, totdat in eerste aanleg op de asielaanvraag is beslist. Volgens de uitspraak van de Afdeling van 25 juni 2012 (LJN: BX0050) kan dit rechtmatig verblijf aan een asielzoeker niet worden onthouden ter bescherming van de openbare orde, omdat artikel 7 van de Procedurerichtlijn deze uitzondering niet kent.
Artikel 3.1, tweede lid, bevat een uitzondering op de regel dat het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning tot gevolg heeft dat de uitzetting achterwege blijft (en de vreemdeling krachtens artikel 8, onder f, Vw2000 rechtmatig verblijf verkrijgt) voor die gevallen waarin de aanvraag naar het voorlopig oordeel van de minister kan worden afgewezen op de grond dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. Omdat de Afdeling inmiddels heeft vastgesteld dat deze uitzondering niet is toegestaan voor vreemdelingen die een asielaanvraag hebben ingediend, is in artikel 3.1, tweede lid, de verwijzing naar artikel 28 Vw2000 (de verblijfsvergunning asiel) geschrapt.
Onderdeel B (artikelen 3.6 tot en met 3.6c)
Artikel 3.6
Bij gebruikmaking van de bevoegdheid in het nieuwe artikel 3.6 wordt bij afwijzing van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ambtshalve getoetst of alsnog een humanitair-reguliere verblijfsvergunning kan worden verleend. Voorheen werd bij reguliere verblijfsaanvragen alleen getoetst aan de gevraagde verblijfsgrond. Dat betekende dat er iedere keer een nieuwe procedure kon worden gestart voor een nieuw verblijfsdoel. Om het stapelen van procedures tegen te gaan, zullen bij een eerste aanvraag humanitair-regulier zoveel mogelijk ambtshalve alle humanitaire beleidskaders mee worden getoetst. Dat gebeurt op grond van het vierde juncto het eerste lid volgens een vaste volgorde:
  • artikel 8 EVRM;
  • slachtoffer mensenhandel (artikel 3.48, eerste lid, onder a tot en met c);
  • buiten schuld niet kunnen vertrekken (artikel 3.48, tweede lid, onder a);
  • medische behandeling (artikel 3.46); en
  • tijdelijke humanitaire gronden vanwege individuele omstandigheden (artikel 3.48, tweede lid, onder b).
Aangezien een verblijfsvergunning op medische gronden geen vrije toegang tot de arbeidsmarkt geeft, is deze rechtspositioneel zwakker dan de andere vergunningen, en komt deze op een lagere plaats in de toetsingsvolgorde. Het beleidskader tijdelijke humanitaire gronden vanwege individuele omstandigheden zal altijd als laatste worden meegetoetst bij een afwijzing op een van de andere humanitair-reguliere beleidskaders (hoewel rechtspositioneel sterker dan de verblijfsvergunning op medische gronden), omdat deze beoordeling pas aan de orde kan zijn als er binnen het bestaande beleid geen andere gronden voor verlening aanwezig zijn.
Indien toetsing aan deze gronden niet leidt tot het ambtshalve verlenen van een verblijfsvergunning, wordt ten slotte nog ambtshalve beoordeeld of artikel 64 van de Vw2000 moet worden toepast (artikel 6.1d).
De uiteindelijke beslissing wordt uitgereikt in de vorm van een meeromvattende beschikking.
Afhankelijk van het beleidskader waarop een beroep wordt gedaan, wordt al dan niet doorgetoetst aan andere humanitair-reguliere beleidskaders. Niet bij alle beleidskaders kan standaard ambtshalve aan de andere beleidskaders worden doorgetoetst. De beleidskaders waarbij dat wel gebeurt, zijn genoemd in het tweede lid. De werkwijze ten aanzien van het ambtshalve doortoetsen aan andere humanitair-reguliere doelen wordt als volgt:
  • 8 EVRM
    In geval van een artikel 8 EVRM-aanvraag wordt, bij afwijzing, altijd ambtshalve doorgetoetst aan alle andere humanitair-reguliere beleidskaders. In verband met het complexe samenstel van feiten dat aangedragen wordt in artikel 8 EVRM-zaken, is het goed voorstelbaar dat 8 EVRM niet noopt tot het verlenen van verblijf, maar dat er wel sprake is van bijvoorbeeld zodanige individuele omstandigheden dat een vergunning op humanitaire gronden kan worden verleend.
  • «buiten schuld»
    Een zogenaamde buitenschuldvergunning kan langs twee wegen verkregen worden: op aanvraag of ambtshalve. In beide gevallen is er een verklaring van de DT&V vereist waarin gesteld wordt dat de vreemdeling buiten zijn schuld Nederland niet kan verlaten. In de nieuwe systematiek blijft dit behouden. In de praktijk zal enkel in het geval het om een aanvraag voor «buiten schuld» gaat, bij afwijzing de toets aan de andere humanitaire beleidskaders plaatsvinden. De vreemdeling die op instigatie van de DT&V voor «buiten schuld» in aanmerking komt, zal na het indienen van een daartoe strekkende aanvraag, waarop in de regel positief zal worden beslist, in bezit worden gesteld van een buitenschuldvergunning, waarmee doortoetsen overbodig is.
  • verblijf op medische gronden
    Ook als een vreemdeling verblijf op medische gronden heeft aangevraagd en de aanvraag wordt afgewezen, zal worden doorgetoetst aan de andere beleidskaders. Er kan immers, als niet aan de voorwaarden voor verblijf op medische gronden wordt voldaan, wel sprake zijn van verblijf op grond van bijvoorbeeld artikel 8 EVRM, of humanitaire gronden vanwege individuele omstandigheden.
  • tijdelijke humanitaire gronden vanwege individuele omstandigheden
    Een vergunning op tijdelijke humanitaire gronden vanwege individuele omstandigheden kan op uitnodiging of op aanvraag worden verkregen. Enkel in het geval dat de vreemdeling zelf een aanvraag indient, zal bij afwijzing de toets aan de andere humanitaire beleidskaders plaatsvinden.
  • slachtoffer van mensenhandel
    Indien er sprake is van mensenhandel kan de hier bedoelde vergunning niet als zodanig worden aangevraagd bij de IND. De vreemdeling geeft bij de politie aan dat er sprake is van slachtofferschap van mensenhandel en de politie stelt de IND hiervan via een «kennisgeving van de aangifte» (Model M55) op de hoogte. Dit model wordt vervolgens ambtshalve aangemerkt als aanvraag. Dit betekent in de praktijk dat deze aanvraag veelal wordt ingewilligd, tenzij bijvoorbeeld sprake is van aspecten op het gebied van openbare orde of nationale veiligheid. Aangezien in deze gevallen geen contact tussen de IND en de vreemdeling heeft plaatsgehad, en er niet door de vreemdeling zelf een aanvraag is gedaan, zal niet worden doorgetoetst aan andere humanitair-reguliere beleidskaders.



In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

Monday, June 24, 2013

Boat Race protester Trenton Oldfield must leave UK

A man who disrupted last year's University Boat Race by swimming in front of the crews has been refused leave to remain in the UK.
The Home Office said Trenton Oldfield's presence in the country was not "conducive to the public good".
The Australian was jailed for six months after being found guilty of causing a public nuisance.
Oldfield told Isleworth Crown Court that his actions were a protest against elitism and inequality.
A Home Office spokesman said: "Those who come to the UK must abide by our laws.
"We refused this individual leave to remain because we do not believe his presence in this country is conducive to the public good."
Oldfield, who has a British wife, Deepa Naik, who is expecting a child, said he had appealed against the decision.
Sentencing Oldfield in October last year, Judge Anne Molyneux said he had ruined the race for everyone.
"You caused delay and disruption to it and to the members of the public who had gone to watch it and to enjoy the spectacle of top athletes competing," she said.
Oldfield interrupted the 158th boat race between Oxford and Cambridge in April last year. The race was eventually won by Cambridge.
Olympic rower Sir Matthew Pinsent, who was on a launch with umpire John Garrett behind the crews, told the court that Oldfield could have been killed.
Their launch was followed by 25 motorised boats carrying officials, police, sponsors and camera crews.


Opgestuurd door Evelyn Ersanilli,  Departmental Lecturer,  University of Oxford

Ik ben benieuwd hoe de Britten dit zien in de belangenafweging inzake artikel 8 EVRM


-------------------------- Law Blogs
Law blog
Klik op +1 als u dit een interessant artikel vindt en Google zal het dan beter zichtbaar maken in de zoekresultaten.



Bookmark and Share
In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

Friday, June 14, 2013

Uitspraak Raad van State over Zambrano zaak met vader die in beeld is

Uitspraak 201200963/1/V1
Datum van uitspraak donderdag 13 juni 2013
Tegen de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel
Proceduresoort Hoger beroep
Rechtsgebied Vreemdelingenkamer - Regulier



4.2 Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer uitspraak van 7 maart 2012 in zaak nr. 201102780/1/V1) volgt uit het arrest van het Hof van Justitie van 15 november 2011, C-256/11, Dereci e.a., (www.curia.europa.eu; hierna: het Dereci-arrest), waarin een nadere uitleg wordt gegeven van het Zambrano-arrest, dat bij de beantwoording van de vraag of een burger van de Unie die gezinsleven uitoefent met een burger van een derde land, zijn uit artikel 20 van het VWEU voortvloeiende recht om op het grondgebied van de Unie te verblijven wordt ontzegd, slechts beperkte betekenis toekomt aan het recht op bescherming van het gezinsleven. Zoals volgt uit punten 68 en 69 van het Dereci-arrest, wordt dit recht niet als zodanig door artikel 20 van het VWEU beschermd, maar door andere internationaal-, Unie-, en nationaalrechtelijke regelingen en bepalingen, zoals artikel 8 van het EVRM, artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, Unierechtelijke verblijfsrichtlijnen en artikel 15 van de Vreemdelingenwet 2000.
Bij de beantwoording van genoemde vraag is onder meer de wens van gezinsleden om als gezin in Nederland of in de Unie te verblijven dus eveneens van beperkt belang. De situatie dat de burger van de Unie zijn recht om op het grondgebied van de Unie te verblijven wordt ontzegd, doet zich slechts voor als de burger van de Unie zodanig afhankelijk is van de burger van een derde land, dat hij als gevolg van de besluitvorming van de staatssecretaris geen andere keus heeft dan met de burger van het derde land buiten de Unie te verblijven.
De beantwoording van de vraag of de burger van het derde land aannemelijk heeft gemaakt dat zich deze situatie voordoet, vergt een beoordeling door de staatssecretaris van de, gelet op artikel 4:2 van de Awb, door de burger van het derde land in de bestuurlijke fase aan te voeren, feiten en omstandigheden van het geval. De uitkomst van die beoordeling kan door de rechter zonder terughoudendheid worden getoetst.
4.3 De kinderen bezitten de status van burger van de Unie, zodat zij zich, ook ten opzichte van de lidstaat Nederland, op de bij die status behorende rechten kunnen beroepen.
4.4 De staatssecretaris heeft zich in het besluit op het standpunt gesteld dat het Zambrano-arrest in dit geval niet van toepassing is. Hij heeft zijn standpunt in het verweerschrift in beroep en ter zitting bij de rechtbank toegelicht door te betogen dat de kinderen bij de vader in Nederland kunnen verblijven en dat deze - mede - met het gezag kan worden belast.
Door te overwegen dat de kinderen door de afwijzing van de aanvraag feitelijk worden verplicht het grondgebied van de Unie te verlaten, heeft de rechtbank niet onderkend dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat de kinderen niet bij de vader kunnen verblijven en dat deze niet - mede - met het gezag kan worden belast. Daartoe is van belang dat blijkens het verslag van het gehoor, gehouden op 15 juli 2011, naar aanleiding van haar bezwaarschrift, de vreemdeling heeft verklaard dat de kinderen twee keer per maand een weekend bij de vader verblijven, dat deze alimentatie betaalt en samen met de vreemdeling belangrijke beslissingen over de kinderen neemt. Gelet op deze omstandigheden heeft de vreemdeling niet aannemelijk gemaakt dat de kinderen dusdanig van haar afhankelijk zijn, dat zij als gevolg van de weigering van de staatssecretaris haar in Nederland verblijf toe te staan, geen andere keus hebben dan met haar het grondgebied van de Unie te verlaten.
4.5 Gelet op de uitspraak van de Afdeling van 20 december 2012 in zaak nr. 201200899/1/V1, heeft de rechtbank voorts ten onrechte overwogen dat, nu de staatssecretaris zich in het kader van het beroep op het Zambrano-arrest op het standpunt heeft gesteld dat de kinderen bij de vader in Nederland kunnen verblijven, dit automatisch met zich brengt dat in het kader van artikel 8 van het EVRM geen keuzevrijheid meer bestaat het gezinsleven in Ghana uit te oefenen.
4.6 De klachten zijn terecht voorgedragen, maar kunnen niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak, nu het hoger beroep niet is gericht tegen de gegrondverklaring van het beroep en de vernietiging van het besluit. De staatssecretaris komt immers niet op tegen het oordeel van de rechtbank dat hij ondeugdelijk heeft gemotiveerd dat het besluit niet in strijd is met artikel 8 van het EVRM.
5. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De staatssecretaris moet met inachtneming van deze uitspraak en de uitspraak van de rechtbank, voor zover deze niet is aangevallen, een nieuw besluit nemen.
6. Aangezien het hoger beroep gegrond is, brengt een redelijke toepassing van artikel 51, derde lid, van de Wet op de Raad van State met zich dat van de staatssecretaris geen griffierecht wordt geheven.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. veroordeelt de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 472,00 (zegge: vierhonderdtweeënzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. N. Verheij, leden, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, ambtenaar van staat.
w.g. Lubberdink w.g. Van Goeverden-Clarenbeek
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2013

Ik heb wat vragen over:

4:6 Heeft de IND vergeten artikel 8 EVRM in de gronden voor beroep te noemen?
II Maar de staatssecretaris wint toch juist ( hoger beroep gegrond)???????????






-------------------------- Law Blogs
Law blog
Klik op +1 als u dit een interessant artikel vindt en Google zal het dan beter zichtbaar maken in de zoekresultaten.



Bookmark and Share
In verband met geldwolven die denken geld te kunnen claimen op krantenartikelen die op een blog als deze worden geplaatst maar na meestal een dag voor de krantenlezers aan leeswaardigheid hebben ingeboet terwijl wij vreemdelingenrecht specialisten ze soms wel nog jaren gebruiken om er een kopie van te maken voor een zaak ga ik over tot het plaatsen van alleen het eerste stukje. Ja ik weet het: de kans dat u doorklikt is geringer dan wanneer het hele artikel hier staat en een kopie van het orgineel maken handig kan zijn voor uw zaak. Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.

Monday, May 20, 2013

Geen recht op verblijf ex artikel 8 EVRM voor uit ouderlijke gezag ontheven ouders bij uit huis geplaatst kind (uitspraak)

LJN: CA0364, Rechtbank 's-Gravenhage , Awb 12/39705
Datum uitspraak: 07-05-2013
Datum publicatie: 17-05-2013
Rechtsgebied: Vreemdelingen
Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig

Inhoudsindicatie: Verblijfsvergunning regulier. Verblijf bij kind. Gezinsleven. 8 EVRM. Belangenafweging. Belangen kind . De rechtbank is van oordeel dat verweerder uit de feiten in redelijkheid heeft kunnen concluderen dat aan het gezinsleven door eiseres feitelijk geen invulling (meer) wordt gegeven. De rechtbank hecht eraan daarbij te vermelden dat sprake is van een uitzonderlijke zaak, waarbij de contacten tussen eiseres en haar dochter door BJZ als niet wenselijk, want schadelijk voor het kind, worden beschouwd. Het standpunt van BJZ is in de verschillende uitspraken van de civiele rechter met betrekking tot de omgangsregeling en het ouderlijk gezag overgenomen. Ter wille van het welzijn van de dochter van eiseres zijn beide ouders van het ouderlijk gezag ontheven. Derhalve staat in rechte vast dat contacten tussen eiseres en de dochter niet in het belang zijn van de dochter. Voor zover eiseres dan ook heeft betoogd dat het bestreden besluit strijdig is met artikel 8 van het EVRM verwerpt de rechtbank deze beroepsgrond. Het gezinsleven dat eiseres op grond van de biologische band heeft met haar dochter is geen gezinsleven dat door artikel 8 van het EVRM dient te worden beschermd. Niet gezegd kan worden dat verweerder in deze een onjuiste of onvolledige belangenafweging heeft gemaakt. Het feit dat omgang tussen eiseres en haar dochter moet worden geacht schadelijk te zijn voor de dochter is dermate zwaarwegend dat reeds daarom aan artikel 8 van het EVRM geen bescherming kan worden ontleend.
Vindplaats(en): Rechtspraak.nl



 -------------------------- Law Blogs
Law blog
Klik op +1 als u dit een interessant artikel vindt en Google zal het dan beter zichtbaar maken in de zoekresultaten.



Bookmark and Share
Wilt u zelf wat overnemen van dit weblog. Dat mag. Zet er alleen even een link bij naar het desbetreffende artikel zodat mensen niet alleen dat wat u knipt en plakt kunnen lezen maar dat ook kunnen doen in de context.